© Skoda

ŠKODA bouwt en test zelf verbrandingsmotoren. In het testcentrum in Mladá Boleslav staan 15 testopstellingen, stuk voor stuk berekend op motoren tot 545 pk en 750 Nm.

ŠKODA ontwikkelt de MPI-motoren die veel modellen van de Volkswagen Group aandrijven. In Nederland kennen we vooral de populaire driecilinder 1.0 MPI. De compacte driecilinder ligt onder de motorkap van de CITIGO en de nieuwe FABIA. In andere landen komen we ook de 1.5 MPI en 1.6 MPI tegen.

“Niet alleen de milieuregels variëren per land, ook het klimaat kan aanzienlijk verschillen”, vertelt Martin Hrdlička. Hij staat bij ŠKODA aan het hoofd van de afdeling Chassis en Motor Ontwikkeling. “Onze verbrandingsmotoren moeten aan verschillende emissiestandaarden voldoen. Tevens moeten ze berekend zijn op uiteenlopende temperaturen, hoogtes en brandstofkwaliteiten. Ook moet de motor functioneren met onderdelen van verschillende toeleveranciers.”

Motor finetunen
De technici in het testcentrum zorgen er ook voor dat motoren van de Volkswagen Group perfect werken in modellen van ŠKODA. Zodoende wordt een nieuwe motor voor een specifiek model eerst uitgebreid gefinetuned. Pas daarna gaat hij in serieproductie. Bij het finetunen worden de Engine Control Unit, het koelsysteem, de uitlaat en het inlaatsysteem onder handen genomen. Ook worden de functionaliteits- en homologatietests uitgevoerd.

Hoe wordt er getest?
Voor het testen heeft het testcentrum vijftien testopstellingen. Elke testbank is berekend op motoren met een vermogen tot 400 kW (545 pk) en 750 Nm koppel. Dat lijkt misschien overkill, maar zulke hoge waarden worden bereikt door de motoren van ŠKODA Motorsport. Elke testbank staat in zijn eigen geluidsdichte en brandveilige ruimte. De hele testopstelling is bevestigd op een luchtgeveerde gietijzeren plaat die maar liefst 40 ton weegt. “Zo voorkomen we dat trillingen het hele gebouw van het testcentrum aan het schudden brengen”, aldus Martin Hrdlička.

Een ventilatiesysteem voert de uitlaatgassen direct af. Tussen elk station zit een analyse-apparaat dat de samenstelling van de uitlaatgassen meet. Vanwege akoestische redenen en omwille van de veiligheid worden de testmotor en de technici van elkaar gescheiden door een ruit van kogelvrij glas. Het is ten strengste verboden om de testruimte te betreden terwijl er een motortest aan de gang is. Via camera’s wordt de motor op afstand in de gaten gehouden.

Geautomatiseerd testen
Voorafgaand aan het testen wordt de motor bevestigd op een speciale pallet – een verplaatsbaar rek. Het opbouwen en monteren neemt tientallen uren in beslag, maar het duurt slechts enkele minuten om de pallet met motor op de testbank te plaatsen. De technici bevestigen een elektrische motorrem en sluiten de verbrandingsmotor aan op de vereiste meetapparatuur en op de toevoer van brandstof van koelwater. De daadwerkelijke test is een geautomatiseerd proces dat wordt bestuurd door een automatisch systeem.

Levensduur versnellingsbakken
De technici van ŠKODA testen en ontwikkelen ook versnellingsbakken. Hiervoor opende een nieuw testlaboratorium begin 2018 zijn deuren. Het lab huisvest vijf hypermoderne testopstellingen. Ze voeren complexe en veeleisende testcycli uit met gloednieuwe versnellingsbakken. Daarnaast controleren ze bestaande versnellingsbakken op hun kwaliteit. Een van de testlocaties heeft een uniek bestuurderscompartiment waarin de werking van een versnellingsbak getoetst wordt. Daarin doen de technici ook een akoestische analyse. Weer een andere testbank wordt gebruikt voor uitgebreide en veeleisende duurtests van zowel versnellingsbakken als de complete aandrijflijnen.

50.000 liter brandstof
Om met een breed scala aan brandstoffen te kunnen testen, staan bij het testcentrum reusachtige tanks, met een inhoud van 50.000 liter. Het centrum voert tests uit met benzine, diesel, CNG, LPG, ethanol en racebrandstoffen. Elk van de testbanken is uitgerust met een eigen toevoersysteem voor brandstof en koelwater. De temperatuur van het water varieert van 30 graden (motorkoeling) tot 6 graden (intercooler en andere componenten). Het eerdergenoemde ventilatiesysteem is erop berekend om 136.000 kubieke meter lucht per uur te verplaatsen. Inderdaad, er komt heel wat kijken bij het testen van motoren.